Na jarenlange en gestage arbeid, grotendeels door M. alleen verricht, is er nu een huis. Een Huis, geen bouwval. De tuin wordt aangelegd en er is zelfs een waterreservoir waarin je kunt zwemmen.

Talrijke avonturen om tot dit punt te komen… Ze beginnen met veel papierwerk, dat eindeloos duurt. Resten van een gebouw gelden niet als bewoonbaar pand. Na veel gesteggel blijkt de eerste stap om onderhoud te plegen ofwel provisorisch stukken dak aan te leggen. Een tafel en stoel in een van de kamers en met de gebruikelijke wachttijd bestaat het huis nu ook voor de gemeente. Dan volgt ontwerp, herziening, meer tekenen, nog veel meer papierwerk. En nog veel langer wachten.

Vijf jaar geleden kon dan daadwerkelijk met de begeerde vergunning gestart worden met bouwen. Een grondige renovatie waarbij de oorspronkelijke stenen weer in dezelfde muren terecht zijn gekomen. Nieuwe vloeren, deuren, ramen, elektra en verder alles wat men tegenwoordig met het idee van bewoonbaarheid verbindt. Ook in het bouwproces never a dull moment:  onbegrijpelijke regels hebben de boel regelmatig stil gelegd.

Maar toch. We hebben een woonkamer en een keuken. Er hangen overal lampen die het nog doen ook. De slaapkamers worden ingericht en we hebben een stuk tuin beplant.